Doorwisselen is in het voetbal de mogelijkheid om constant spelers in te brengen en uit het spel te halen. In plaats van een aantal vastgestelde wisselmomenten kunnen trainers spelers zo beter rouleren.
Hierdoor kunnen spelers bijvoorbeeld halverwege de eerste helft worden gewisseld. De spelers die er dan eventueel uit gaan kunnen daarna weer worden ingebracht.
Deze werkwijze is goed voor de jeugd, waarbij spelers zoveel mogelijk in actie moeten komen. Het is juist voor de mindere spelers, als daar al sprake van is, belangrijk om veel op het veld te staan. Zo kunnen zij werken aan de verbeterpunten tijdens wedstrijden.
Trainingen zijn natuurlijk erg belangrijk. Maar het is in de wedstrijden dat alles bij elkaar komt. Dat zijn de dagen dat spelers kunnen laten zien dat zij dingen kunnen oppakken, en ontstaan er nieuwe leermomenten.
Toen ik bij de O14 speelde was het doorwisselen geen optie. Toen was een wissel definitief. Spelers die eruit gingen konden niet terug het veld in. Dat betekende voor mij dat ik pas het veld in kwam tegen het einde van de wedstrijd.
Geen basiself
Bij de jeugd gaat het om het ontwikkelen van spelers. Het doorwisselen versterkt het idee dat er geen sprake is van een basiself. Wedstrijden willen winnen is normaal maar het beter maken van spelers zal centraal moeten staan.
In plaats van denken in een basisopstelling kan er de term startopstelling worden gebruikt. Een startopstelling is er omdat er nou eenmaal keuzes moeten worden gemaakt. Het kan zijn dat er kwaliteiten passen bij het starten en anderen bij een latere fase van de wedstrijd.
Daarbij kan je denken aan spelers met snelheid die invallen wanneer een team gebruik wil maken van de counter. Door de manier van wisselen kunnen spelers tijdens een wedstrijd even rust krijgen om bij te komen. Dit zien we bijvoorbeeld in het zaalvoetbal terug, vanwege de intensiteit.
Doorwisselen tijdens wedstrijden geeft trainers ook de kans spelers op verschillende posities in te zetten. Zo kan er worden vastgesteld op welke positie een speler het beste uit kan komen.
Hoe jonger spelers zijn, hoe minder zij tot bepaalde posities moeten worden beperkt. Kleine voetballers moeten zoveel mogelijk ontdekken, al zijn er eigenschappen die passen bij een specifieke positie.
Dankzij het doorwisselen kunnen trainers experimenteren. Dat dit zal gebeuren om het beste resultaat eruit te slepen valt te verwachten. Het blijft belangrijk dat jeugdtrainers zichzelf corrigeren, en zorgen dat zij zich richten op de ontwikkeling van de groep spelers.
Lees Hier Meer:
Geschreven door: Freddy Gomes, oprichter en blogger van Voetbal Tactics

