In de eerste jaren na de invoering van nieuwe regels rond het terugspelen naar de keeper veranderde er niet veel.
De meeste keepers hadden nog steeds een hekel aan het verwerken van de bal. In veel gevallen ging een bal na het terugspelen naar de keeper uit, en kregen de teamgenoten een boze blik toegeworpen.
Hoe anders is dat in het huidige voetbal. Keepers zijn steeds meer extra veldspelers die daarnaast ballen met de handen tegen mogen houden. Trainers zien de keeper als de oplossing om hoog druk zettende tegenstanders uit te kunnen spelen.
De nieuwe manier van het nemen van de doeltrap speelt hierin een rol. Het nodigt de tegenpartij uit tot in de vijandelijke 16 druk te zetten. Als bal bezittende partij zien teams een kans om onder de druk uit te komen waardoor zij gevaarlijk kunnen worden.
Kracht
Trainers moeten van keepers vooral die dingen vragen waar ze goed in zijn. Het is nog steeds zo dat niet alle keepers graag de bal aan de voet hebben. Als je als trainer veel waarde hecht aan het opbouwen van achteruit moet je rekening houden met je keeper.
Welke keeper is het meest geschikt om mee te opbouwen? Dit kan in de praktijk betekenen dat je een mindere keeper opstelt die beter is in het voetballende deel. Of als je een geweldige keeper in huis hebt, je beter op zoek kan naar een andere oplossing voor het opbouwen.
Het probleem is dat trainers soms van spelers dingen vragen waar ze veel moeite mee hebben. Op een lager niveau krijgen spelers nog de tijd om fouten te maken. In het profvoetbal is dat er helaas niet. Er moet dan een goed profiel zijn van het type keeper die past bij de gewenste speelwijze.
Risico
Zelfs als oud-veldspeler maakte ik fouten met de bal aan de voet toen ik eenmaal keeper werd. Het verschil met mijn tijd als speler is dat het als keeper meteen een tegengoal betekent. Er worden soms risico's genomen die het niet waard zijn.
Met een risicovolle pass kan je verder op gaan bouwen. Je bent dan nog wel 70 of 80 meter van het vijandelijke doel af, terwijl de tegenpartij je onder druk zet. Gaat die pass fout dan ben je gezien. Ik koos daarom in veel gevallen voor het spelen van de lange bal.
Dat kwam ook omdat het opbouwen voor ons niet belangrijk was. Vanwege mijn voetballende kwaliteiten was het wel zo dat spelers vol vertrouwen de bal terug konden spelen. Het hebben van een goed meevoetballende keeper is erg prettig.
Het betekent niet dat je altijd vanaf de keeper moet opbouwen. Er zijn gevallen waarin de lange bal de beste oplossing is. Toch moeten keepers zichzelf meer en meer als veldspeler gaan zien.
De komende jaren zal er nog meer van keepers worden gevraagd. Wie het voetballende deel niet kan leveren zal voorbij worden gestreefd door anderen.
Keepers zullen steeds meer als veldspeler moeten denken en trainen. Een speler die daarnaast in de eigen 16 gebruik mag maken van de handen.
Lees Hier Meer:
Passen en Trappen: De Y-vorm
Geschreven door: Freddy Gomes, oprichter en blogger bij Voetbal Tactics

