We staan voor een gesloten ingang van het legendarische Bombonera stadion in de wijk La Boca.
Met een vriend vlieg ik een paar dagen eerder via Parijs vanuit Amsterdam naar de hoofdstad van Argentinië. Het is de zomer van 2007, Lionel Messi is dan pas 20 jaar oud, en dus ben ik in het land van Maradona.
Argentinië is in 2007 nog op zoek naar de opvolger van haar meest geliefde nummer 10. Na het drama van 1994 wil de Argentijnse bond het liefst zonder nummer 10 aantreden op het WK. Dat verzoek wordt door de FIFA afgewezen voor het toernooi van 2002.
Als compromis mag het rugnummer gebruikt worden door één van de reservekeepers. De Argentijnen besluiten alsnog gewoon het nummer aan een aanvallende middenvelder te geven. Ariel Ortega is de man die de eer heeft het shirt te dragen, net als in 1998.
Ortega krijgt in 1998 rood na een kopstoot tegen Edwin van der Sar. Argentinië verliest van Oranje, dankzij de onvergetelijke goal van Dennis Bergkamp. Vier jaar later ontbreekt Oranje, en stelt Argentinië teleur.
Met Ortega opnieuw als 10 komen de Argentijnen niet voorbij de groepsfase. In 2006, wanneer Messi onderdeel van de selectie is, is Juan Román Riquelme de Argentijnse spelmaker.
Als nummer 10 van Boca Juniors maakt de sierlijke voetballer grote indruk. Onder Louis van Gaal haalt Barcelona hem in de zomer van 2002 weg bij Boca. Maar ook Román, zoals hij liefkozend wordt genoemd, kan de Argentijnse ploeg niet naar de top leiden.
Mijn vriend en ik lopen dwars door Buenos Aires op zoek naar het stadion. De lange wandeling door de koude straten leidt ons naar La Boca. Midden in deze kleurrijke wijk staat het stadion dat ik ken van de beelden waarop ook de camera schudt wanneer de fans op en neer springen.
“Het stadion is gesloten”, horen we een bewaker. “Dinsdag kan je er weer naar binnen, dus kom dan maar terug”, zo zegt hij. Wij zijn maar voor een paar dagen in de stad. Via een klein doorkijkje zien we het veld liggen. Hier zullen we het mee moeten doen.
We lopen een straatje in, en zien een Boca fanshop. De bekende blauw-gele Boca shirts zijn hier te koop. Het is het origineel, en moet omgerekend meer dan 50 euro kosten. Ik twijfel, want van dat geld kan ik een paar dagen eten. We gaan weg zonder wat te kopen.
Het regent in Montevideo. Na de winterse kou van BA, wil Tinus de zon zien. Die ochtend checken we in bij een goedkoop hotel in het centrum. We zetten de tv aan, en schenken wat te drinken in. Op tv zien we oude beelden van de Copa Libertadores.
Boca Juniors zal de volgende dag spelen in Porto Alegre tegen Gremio. Op de oude beelden zien we onder meer Riquelme, die dan de 10 is van Boca. In 2007 verlaat hij Spanje en keert terug naar huis.
Wanneer Riquelme een grote kans mist, lijkt de commentator wel te gaan huilen. Román, Román, zegt hij in een treurende stem. De beelden, de passie en het commentaar zorgen voor nog meer spijt dat ik het shirt niet heb gekocht van de club die in 2000 en 2001 de Libertadores wint.
Na een dutje regent het nog steeds in Montevideo. We gaan voor een wandeling naar buiten. Het blijft regenen, en Tinus is er klaar mee. Hij wil naar de Braziliaanse zon. We komen een reisbureau tegen, en lopen naar binnen voor het kopen van vliegtickets.
Onze bestemming is Florianopolis, waar mijn nicht in de buurt studeert. We vliegen via Porto Alegre, waar op dezelfde avond Boca zal gaan spelen. Onze vlucht zit vol blije Boca fans. Er wordt de gehele reis gezongen.
Iedereen draagt het prachtige shirt, en weer besef ik dat ik de mijne had kunnen hebben.
De volgende ochtend schijnt de zon. Floripa is een heerlijke stad, en hoewel we hebben genoten van BA is het goed om weer terug te zijn in het land. We zijn onderweg naar Rio de Janeiro, waar vrienden van mij wonen.
In Porto Alegre maakt Riquelme de avond ervoor de klus af voor Boca. Román scoort twee keer, en wordt Man van de Wedstrijd. Boca verslaat Gremio over twee duels met 5-0.
Na Floripa brengen we een bezoek aan mijn nicht in het door Duitsers gevormde stadje Blumenau. Daarna volgt Paraty, waarna we aankomen in Rio. Het is mijn derde keer in de stad van het Maracanã.
Ik kan Tinus de stad laten zien die zo speciaal voor mij is geworden. Een deel dat niet mag worden overgeslagen is het strand van Copacabana. Daar lopen we rustig te genieten van de zonnige winter en de heerlijke omgeving, wanneer ik voetbalshirts uitgestald zie liggen.
Rio is een grote voetbalstad. Het is de stad van Vasco da Gama, Botafogo en Fluminense. Maar het is toch vooral de stad van Flamengo. Het shirt van 'Mengo' heb ik al. De verkoper heeft ook een shirt van Boca Juniors.
Die moet ik hebben. Hij heeft mijn maat, en omdat het niet gaat om een origineel, hoef ik ook niet na te denken over de prijs. Eindelijk heb ik dan mijn Boca shirt, met het nummer 10 achterop en de naam Riquelme.
In 2016 ben ik terug in Rio. Ik werk er als gids in de favela van Rocinha. Zo kom ik voor een ochtend aan bij een hostel, om mijn gasten op te halen. Ik raak in gesprek met de manager, een Argentijn.
Ik kan wel een extra klusje gebruiken, en hij zegt te bellen als hij iemand nodig heeft. Een paar weken later belt hij om te vertellen dat hij iemand zoekt voor de nachtdienst. Ik heb interesse.
Zonder erover na te denken ga ik in mijn Boca shirt na het gesprek. Bij binnenkomst kijkt hij mij opvallend aan. “Ik ben River Plate fan”, zegt hij streng, om daarna te lachen.
Argentijnen nemen het voetbal bloedserieus. Mijn Boca shirt heb ik nog altijd. Maar de job heb ik niet gekregen. De manager mocht mij maar kon mijn shirt niet uitstaan. Ik bewaar 'm goed.
Geschreven door:


